U neemt een ander bedrijf over en betaalt voor de inventaris en de goodwill. Hoe komt een bedrijfsovername in de boeken?

 

Goodwill

Goodwill is de benaming voor de ‘overwinstcapaciteit’ van een onderneming. Doordat een onderneming een bepaalde locatie, klantenkring, uitstraling, naam, e.d. heeft, zal deze, los van de persoon die de zaak drijft, een bepaalde winst opleveren. Deze overwinst heeft een bepaalde waarde. Voor het berekenen van deze waarde bestaan verschillende technieken. Goodwill is voor een deel ook subjectief, zeg maar ‘wat de gek ervoor geeft’ en is dus niet alleen rekenkundig te benaderen.  

Fiscaal wordt goodwill bij de overname op de balans gezet en hierop wordt in tien jaar afgeschreven. Met andere woorden, deze goodwill kunt u over tien jaar verdeeld van uw winst aftrekken, zodat u minder belasting betaalt.

 Let op. Voor goodwill hebt u geen recht op investeringsaftrek, dit is expliciet uitgesloten.

 Inventaris, inrichting, apparatuur e.d.
Voor de inventaris e.d. hebt u in principe wel recht op Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, mits per onderdeel (of per samenhangend geheel) uw investering groter is dan € 2.300 (2016). Ook op de inventaris kunt u daarnaast afschrijven op basis van de door u betaalde aanschafwaarde. De afschrijvingsduur is afhankelijk van de levensduur (technisch of economisch) van de inventaris.

Wat is het voordeel? De investeringsaftrek geeft u, naast de vermindering van de winst door de afschrijving, eenmalig een extra vermindering van de winst ter grootte van een percentage (maximaal 28% tot € 56.024 in 2016) van de investeringen.  Zoals uit het bovenstaande blijkt, is het van belang dat exact is aan te geven hoeveel van de overnameprijs betrekking heeft op goodwill en hoeveel op ­inventaris.

Tips
Zorg dat bij de overname duidelijk omschreven wordt wat de goodwill betreft en wat de inventaris. Geef daarnaast voor de inventaris duidelijk aan per categorie samenhangende delen of per deel afzonderlijk voor welk bedrag het overgenomen wordt, aangezien dit van belang is voor de vraag of een bedrijfsmiddel boven de € 2.300 uitkomt en daarmee meetelt voor de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Als u samen met de verkoper de verdeling van de totale koopsom over de diverse categorieën vastlegt, voorkomt dit naderhand een discussie met de fiscus. 

Zorg dat de verkoper op zijn rekening voor de overdracht van de zaak heeft gezet: “vrijgesteld van BTW op basis van artikel 31 Wet Omzetbelasting”. Daarmee is de BTW afgedekt.