Met de komst van de Flex-BV lijken er ook, onbedoeld, wijzigingen te ontstaan in de termijnen waarbinnen ondernemingen hun jaarrekeningen moeten publiceren. Dit stellen Kid Scwarz en Ted Verkade in de Accountancynieuws die vandaag verschijnt.

De flexibilisering van het BV-recht voorziet in een eenvoudiger wijze van vaststelling van de jaarrekening bij de BV waarin alle aandeelhouders ook bestuurder zijn. Onbedoeld lijkt deze regeling te dwingen tot vervroeging van de termijn van publicatie van de jaarrekening.

In het nieuwe art. 2:210 lid 5 BW is sinds 1 oktober 2012 bepaald dat ondertekening van de opgestelde jaarrekening door de bestuurders, wanneer alle aandeelhouders tevens bestuurder van de vennootschap zijn, geldt als vaststelling van de jaarrekening. Deze vaststelling strekt tevens tot kwijting van bestuurders en commissarissen[b1] . Deze wettelijke regeling van vaststelling van de jaarrekening is per 1 oktober j.l. direct van toepassing, maar kan statutair worden uitgesloten.

Termijnen jaarrekening

Opvallend is dat in de parlementaire discussie, althans voor zover wij hebben kunnen vinden, geen aandacht is besteed aan de vraag wat het effect is op de termijn waarbinnen de jaarrekening moet worden gepubliceerd. Immers, de wet bepaalt dat de jaarrekening binnen vijf maanden na sluiting boekjaar moet zijn opgesteld, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zes maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden. De wet bepaalt dat indien de jaarrekening niet binnen twee maanden na het einde van de opmaaktermijn is vastgesteld, het bestuur onverwijld de opgemaakte jaarrekening moet publiceren. Publicatie moet in elk geval uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar plaatsvinden.

Uitspraak HR

Waar het gaat om het constateren van onbehoorlijk bestuur doet de HR zoals bekend niet moeilijk wanneer er geen formeel besluit is genomen tot verlenging van de termijn voor opstelling. Overwogen werd:

 ‘De regels betreffende de termijnen waarbinnen volgens art. 2:210 het bestuur zijn daar bedoelde voorbereidende taak moet verrichten en de wijze waarop de algemene vergadering aan het bestuur nog een verlenging kan toestaan, zijn van belang voor de taakverdeling binnen de vennootschap. Voor de crediteuren is in feite slechts van belang dat de jaarrekening niet later wordt gepubliceerd dan op het uiterste tijdstip dat in geval van verlenging van de termijn voor het opmaken geldt, dus uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar. Een redelijke uitleg van het bepaalde in art. 2:248 brengt daarom mee dat bij de beantwoording van voormelde vraag een overschrijding van

de termijn voor openbaarmaking buiten beschouwing wordt gelaten voor zover die overschrijding het gevolg is van het ontbreken van een geldig besluit tot verlenging van de termijn geldende voor het opmaken van de jaarrekening.’

Sinds die uitspraak is het in de praktijk van het MKB niet ongebruikelijk dat opstelling van de jaarrekening plaatsvindt binnen elf maanden, waarna vaststelling binnen twee maanden plaatsvindt. Dan wordt de jaarrekening, op de voet van art. 2:394 lid 3 BW, dus uiterlijk dertien maanden na afloop van het boekjaar gepubliceerd.

Nu in de BV waarin alle aandeelhouders ook bestuurder zijn, het wettelijk uitgangspunt is dat ondertekening van de opgestelde jaarrekening de vaststelling van de jaarrekening met zich brengt, is de consequentie dat publicatie van de jaarrekening moet plaatsvinden binnen acht dagen na ten hoogste elf maanden na sluiting van het boekjaar.

Dit is slechts anders wanneer één van de bestuurders of commissarissen de jaarrekening niet heeft ondertekend en/of niet alle overige vergadergerechtigden met deze wijze van vaststelling hebben ingestemd, in welk geval vaststelling door de algemene vergadering zal moeten plaatsvinden en weer uitgegaan mag worden van een termijn van dertien maanden voor publicatie van de jaarrekening.

Wanneer er sprake is van een eenpersoonsvennootschap die geen commissarissen en overige vergadergerechtigden kent, is deze situatie niet goed denkbaar. De enig bestuurder moet binnen de gestelde termijn de jaarrekening opstellen en ondertekenen, bij gebreke waarvan schending van de opstellingstermijn in beginsel vaststaat.

In ieder geval in de situatie van de eenpersoonsvennootschap geldt, tenzij statutair anders bepaald, per 1 oktober derhalve in beginsel een termijn voor publicatie van de jaarrekening van elf maanden plus acht dagen. Hetzelfde geldt wanneer er meerdere bestuurders/commissarissen in de BV betrokken zijn en deze de opgestelde jaarrekening hebben ondertekend.

(Bron:  Accountancynieuws)