Privégebruik auto en de omzetbelasting vanaf 2008 

Het vaststellen van het privégebruik

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit gepubliceerd over de BTW correctie voor het privégebruik van een zakelijke auto. Dit besluit was nodig omdat de BTW-heffing wordt beïnvloed door de gewijzigde regeling voor privégebruik in de inkomstenbelasting (per 1 januari 2004).

Voor wat betreft de BTW over privégebruik wordt onderscheid gemaakt tussen ondernemers en werknemers: 

  • ondernemers moeten - in verband met privégebruik - vanaf 2008 elk jaar 12% van 25% van de cataloguswaarde van de auto corrigeren in hun BTW aangifte; 
  • bij werknemers met een auto van de zaak moet vanaf 2008 in de BTW aangifte een correctie van 12% van 25% van de cataloguswaarde van de auto plaatsvinden. 
  • Voor zeer zuinige auto’s (CO2 –uitstoot 95 gr/km bij een dieselmotor en 110 gr/km bij overige motoren) geldt als correctie voor privégebruik 12% over 14% van de cataloguswaarde. 

De belastingplichtige mag afwijken van deze percentages als aan de hand van een kilometeradministratie kan worden aangetoond dat de BTW afdracht anders te hoog zou uitpakken. Het bovenstaande besluit is per 1 januari 2004 van kracht.

Afwijkende regels
Indien de totale autokosten (inclusief de afschrijvingskosten) lager uitvallen dan het, op basis van de cataloguswaarde, berekende privégebruik, blijft de correctie op de voorbelasting beperkt tot 12% over de werkelijke autokosten. 

Bij een samenloop van belaste en vrijgestelde omzet wordt het percentage van de BTW correctie aangepast naar de verhouding tussen de belaste en de totale omzet. 

Wanneer een auto onder de margeregeling is aangeschaft of vanuit het privévermogen isingebracht vindt jaarlijks een BTW correctie plaats van 25% op de voorbelasting die isverrekend over de autokosten.