Het vaststellen van het privégebruik

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit gepubliceerd over de BTW-correctie voor het privé-gebruik van een zakelijke auto. Dit besluit was nodig omdat de BTW-heffing wordt beïnvloed door de gewijzigde regeling voor privé-gebruik in de inkomstenbelasting (per 1 januari 2004).

Voor wat betreft de BTW over privé-gebruik wordt onderscheid gemaakt tussen ondernemers en werknemers: 

  • ondernemers moeten - in verband met privé-gebruik - vanaf 2004
  • elk jaar 12% van 22% van de cataloguswaarde van de auto corrigeren in hun
  • BTW-aangifte;
  • bij werknemers met een auto van de zaak moet vanaf 2004 in de
  • BTW-aangifte een correctie van 12% van 25% van de cataloguswaarde van de
  • auto plaatsvinden.

 Het verschil tussen de BTW over het privé-gebruik van 22% en 25% wordt veroorzaakt door het feit dat woon-werk-verkeer voor werknemers als privé-kilometers geldt en voor ondernemers/natuurlijke personen als zakelijke kilometers. De belastingplichtige mag afwijken van deze percentages als aan de hand van een kilometeradministratie kan worden aangetoond dat de BTW-afdracht anders te hoog zou uitpakken. Het bovenstaande besluit is per 1 januari 2004 van kracht.

Afwijkende regels
Indien de totale autokosten (inclusief de afschrijvingskosten) lager uitvallen dan het, op basis van de cataloguswaarde, berekende privé-gebruik, blijft de correctie op de voorbelasting beperkt tot 12% over de werkelijke autokosten.
Bij een samenloop van belaste en vrijgestelde omzet wordt het percentage van de BTWcorrectie aangepast naar de verhouding tussen de belaste en de totale omzet.
Wanneer een auto onder de margeregeling is aangeschaft of vanuit het privévermogen is ingebracht vindt jaarlijks een BTW-correctie plaats van 25% op de voorbelasting die isverrekend over de autokosten.