Als een auto ter beschikking is gesteld en alleen zakelijk wordt gebruikt, dient een kilometeradministratie te worden opgesteld om aan te tonen dat er privé niet met de auto is gereden of moet op een andere manier worden aangetoond dat de auto niet privé mag worden gebruikt. Een mondeling verbod ten aanzien van dat privégebruik is onvoldoende.

Een houdstermaatschappij is eigenaresse van een auto. Bij de houdstermaatschappij zijn drie werknemers in dienst die allemaal in privé over een auto beschikken. De auto van de zaak wordt vooral gebruikt om zakenrelaties naar bouwprojecten te vervoeren en af toe om zakenrelaties naar voetbalwedstrijden in de Arena te vervoeren. De werknemers weten dat de auto niet voor privéritjes mag worden gebruikt, maar dit is niet schriftelijk vastgelegd. Na een boekenonderzoek constateert de inspecteur dat de auto zakelijk is gebruikt maar dat geen privégebruik is aangegeven. Er volgen naheffingsaanslagen loonheffing.
Volgens Hof Amsterdam is de inspecteur er in geslaagd aannemelijk te maken dat de auto aan één of meer werknemers van de houdstermaatschappij ter beschikking is gesteld. Vaststaat dat onder andere de dga de auto kon gebruiken voor werkzaamheden en dat ook gedaan heeft. Bovendien staat vast dat de dga over de sleutel van het kluisje op het bedrijfsadres kon beschikken waarin de autosleutel werd bewaard.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat als een auto ter beschikking is gesteld, de auto voor zakelijke en privédoeleinden kan worden gebruikt. Daar niet-contractueel is vastgelegd dat de auto niet privé mocht worden gebruikt, niet zonder meer aannemelijk is dat dat verbod feitelijk ook ten aanzien van dga zou gelden of effect zou hebben en geen kilometeradministratie is bijgehouden, is de houdstermaatschappij er niet in geslaagd aan te tonen dat de auto alleen zakelijk is gebruikt. De naheffingsaanslagen zijn terecht opgelegd.

(Bron: Belastingzaken 13-08-2015)