De dga van een BV heeft in 1992 een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij, waarvoor hij jaarlijks premie betaalde in privé. Nadat hij in juni 2005 voor 80-100% arbeidsongeschikt is verklaard, is de verzekeringsmaatschappij vanaf september 2005 een arbeidsongeschiktheidsuitkering gaan betalen. De uitkeringen worden vanaf 1 januari 2006 op verzoek van de dga op een bankrekening van de BV gestort. In geschil is of de inspecteur het inkomen uit werk en woning over 2006 terecht verhoogd heeft met de arbeidsongeschiktheidsuitkering van 74.825 euro. De Rechtbank beantwoordt de vraag bevestigend. De uitkering is als periodieke uitkering belastbaar bij de dga ook al heeft de feitelijke betalling plaatsgevonden door storting op een bankrekening van de BV. Er is geen sprake van cessie van het recht op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Aangezien de BV geen partij is of is geworden bij de gesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering kan de betaling van de uitkering aan de BV op grond van tussen de dga en de BV gemaakte afspraken ook niet worden aangemerkt als negatief inkomen uit werk en woning.

(Bron: Belastingdienst10/641) (22-12-2010)

Commentaar Deze uitspraak onderstreept eens te meer het belang om een juiste keuze te maken bij de te naam stelling van zakelijke verzekeringen.