Hoge Raad perkt afroommethode bij gebruikelijk loonregeling in

De Hoge Raad heeft op 9 november 2012 in twee arresten de grenzen aangegeven van de toepasbaarheid van de zogeheten afroommethode bij de bepaling van het loon dat een directeur-grootaandeelhouder (dga) in dienst van zijn vennootschap geacht wordt te genieten.

De afroommethode is alleen toepasbaar als de opbrengsten van de vennootschap (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de arbeid die de dga als werknemer in zijn vennootschap verricht. De methode mag niet worden toegepast als nog andere werknemers in dienst van die vennootschap zijn. Ook kan de afroommethode niet worden toegepast als een dga via een eigen bv in een samenwerkingsverband participeert en het aandeel van zijn bv in het resultaat van het samenwerkingsverband uit een percentage van dat resultaat bestaat.

Toepassing van de afroommethode is wel mogelijk als de dga via een eigen bv in een samenwerkingsverband (bijvoorbeeld een maatschap) participeert en het aandeel van de eigen bv in het resultaat van het samenwerkingsverband (nagenoeg) geheel voortvloeit uit de arbeid die de dga in het samenwerkingsverband verricht.