In het Belastingplan 2013 is een voorstel opgenomen om het mogelijk te maken in eigen beheer gehouden pensioen af te stempelen. Vanuit de praktijk was hier al meermaals om gevraagd. Onlangs heeft Financiën, naar aanleiding van Kamervragen, de mogelijkheid toegezegd. Deze toezegging is in het Belastingplan 2013 nader uitgewerkt.

De mogelijkheid van afstempeling – het verlagen van de pensioenaanspraak – wordt opgenomen in artikel 19b van de Wet op de loonbelasting 1964.
Aan afstempeling worden strenge eisen gesteld:
1.    Afstempeling is alléén mogelijk op pensioeningangsdatum;
2.    Afstempeling is alleen mogelijk in verband met de vermogenspositie van de bv;
3.    Er moet zijn voldaan aan door Financiën te stellen voorwaarden;

Bij wijze van overgangsregeling wordt ook voor al ingegane pensioenen een afstempelingsmogelijkheid geïntroduceerd. Deze blijft beperkt tot de door Financiën aan te wijzen gevallen. Deze mogelijkheid is in tijd beperkt. De overgangsmaatregel geldt voor tot en met 31 december 2015 aangewezen gevallen. De hiervoor genoemde eisen gelden onverkort.

Wanneer afstempelen?

Afstempelen blijft beperkt tot situaties van onderdekking die het gevolg is van reële beleggings- en ondernemingsverliezen. Als de onderdekking andere oorzaken heeft, is afstempeling niet aan de orde. Afstempelen is dan ook niet aan de orde in de volgende gevallen:

  • Er is – gezien de ondernemingsresultaten – "buitensporig" veel pensioen in eigen beheer opgebouwd. Dat wil zeggen, de pensioenopbouw in eigen beheer is gecontinueerd, waar men bij een pensioenverzekering de regeling premievrij of op een lager niveau zou hebben gecontinueerd. Het "uitmelken" van het liquiditeitsargument bij eigen beheer – pensioen in eigen beheer kost geen liquiditeiten, maar levert, vanwege de fiscale faciliëring, juist liquiditeiten op – kan geen aanleiding zijn tot afstempeling.
  • Door uitdeling van winst en/of terugbetaling van het op de aandelen gestort kapitaal is er te weinig kapitaal voor een juiste pensioenuitvoering. Sterker nog: in die situatie zou de fiscus wel eens kunnen stellen dat een deel van het pensioen al is genoten! En dat leidt tot belastingheffing over de gehele pensioenaanspraak. Bovendien wordt in dat geval 20% revisierente in rekening gebracht.

Bij welke dekkingsgraad is er nu aanleiding tot afstempeling? In de Memorie van Toelichting wordt daar wat meer over gezegd. Financiën gaat uit van een dekkingsgraad van minder dan 75%. Er wordt in dat geval overigens getoetst aan de fiscale pensioenvoorziening en dus niet aan de commerciële waarde van de pensioenverplichting (die veel hoger, maar wel reëler is).
Een bv moet er dus wel heel erg slecht voor staan wil afstempeling tot de mogelijkheden behoren.
Afstempeling heeft nog twee neveneffecten:

  • Er ontstaat vrijvalwinst. Het lijkt erop dat Financiën deze winst tot de belastbare winst wil rekenen waarover in beginsel ‘gewoon' vennootschapsbelasting is verschuldigd.
  • Gesteld zou kunnen worden dat de dga door het prijsgeven van een deel van zijn aanspraak een storting op het aandelenkapitaal heeft gedaan. Dit heet ook wel een informele kapitaalstorting. Dat verhoogt de verkrijgingsprijs van de aandelen. Voor de heffing in box 2 (winst uit aanmerkelijk belang) kan dat aantrekkelijk uitpakken. Financiën steekt hier een stokje voor. Het bedrag van de prijsgave wordt niet aangemerkt als een informele kapitaalstorting.

Ten slotte: geldt dit alles ook voor goudenhanddrukstamrechten in eigen beheer?
Letterlijke lezing van de wet leidt tot een ontkennende conclusie. De mogelijkheid van afstempeling wordt opgenomen in het negende lid van artikel 19b Wet LB. In het achtste lid is bepaald dat de leden 1 tot en met 7 van overeenkomstige toepassing zijn op goudenhanddrukstamrechten. Het negende lid valt dan dus buiten de boot. Goudenhanddrukstamrechten kunnen dan niet worden afgestempeld! Het is de vraag of dit in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever.

(Bron: Fiscaal-Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden)