Staatssecretaris Wiebes heeft in een brief aan de Vaste Commissie voor de Financiën van de Tweede Kamer laten weten dat een aan een alimentatie verwante verzorgingsuitkering vanwege de beëindiging van een langdurige samenwoning op dezelfde manier kan worden behandeld als alimentatie tussen ex-echtgenoten.

Omdat de alimentatieplicht voor niet-gehuwde samenwoners niet geregeld is in het familierecht, moet er bij deze ex-partners voor de inkomstenbelasting sprake zijn van een dringende morele verplichting om alimentatie in aftrek te kunnen brengen. Voor de schenkbelasting is geen belasting over de schenking verschuldigd als een dergelijke uitkering kan worden aangemerkt als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. De staatssecretaris heeft nu aangegeven dat de begrippen dringende morele verplichting en natuurlijke verbintenis inhoudelijk gelijk zijn en in dit kader fiscaal ook gelijk behandeld kunnen worden. Uit praktische overwegingen en om discussies in de praktijk voor te zijn, heeft de staatssecretaris er dus geen bezwaar tegen als ex-samenwoners hetzelfde worden behandeld als ex-echtgenoten.
De onderhoudsuitkering kan worden bepaald aan de hand van de Tremanormen. Als de uitkering deze normen niet overschrijdt, wordt de onderhoudsuitkering geacht te strekken tot het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Deze behandeling geldt zowel voor de inkomstenbelasting als de schenkbelasting.
Deze brief is een reactie op een door Mazars voorgelegde zaak van twee ex-samenwoners waarvan één van de partners zowel inkomsten- als schenkbelasting moest betalen over de onderhoudsuitkering.

(19-08-2015)