X heeft in de jaren 2008 tot en met 2010 een opleiding gevolgd tot verkeersvlieger. In 2010 heeft hij zijn vliegbrevet behaald. In het jaar 2012 was X nog niet werkzaam als verkeersvlieger. In de aangifte IB/PVV 2012 heeft X een bedrag van € 2.857 opgevoerd als aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven. De kosten houden verband met trainingen en/of cursussen ter behoud van zijn vaardigheden en daarmee zijn vliegbrevet. Volgens de Inspecteur zijn deze kosten niet als scholingsuitgaven (artikel 6.27 Wet IB 2001) aftrekbaar. Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat het door de Inspecteur ingenomen standpunt juist is.
Na de mondelinge behandeling van de zaak bij Hof Den Haag hebben partijen overeenstemming bereikt over de aftrekbaarheid van de uitgaven. De Inspecteur heeft zijn standpunt gewijzigd, zodat de uitgaven alsnog mogen worden afgetrokken, behoudens de uitgaven die zijn gedaan voor een medische keuring (€ 247).
Het Hof sluit zich aan bij dit gemeenschappelijke standpunt van partijen, nu dit geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
De uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd.
(Hof Den Haag, nr. 16/00239)