Beoordeel of de keuze voor de werkkostenregeling in 2012 voordeliger is

Per 1 januari 2011 is de werkkostenregeling ingevoerd, een regeling voor belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen en voor secundaire arbeidsvoorwaarden. De regeling houdt in dat de werkgever tot maximaal 1,4% van de totale fiscale loonsom, de zogenoemde vrije ruimte, kan besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen voor de werknemers. Daarnaast kunnen bepaalde zaken onbelast vergoed of verstrekt worden door gebruik te maken van gerichte vrijstellingen. Onder de gerichte vrijstellingen vallen: reiskosten voor het werk (1), kosten van tijdelijk verblijf in het kader van het werk (2), kosten van cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en kosten van outplacement (3), studiekosten, het volgen van een procedure ter erkenning van verworven competenties, de kosten van een verplichte inschrijving in een beroepsregister (4), extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking (5), kosten van verhuizing voor het werk en de kosten van het overbrengen van de boedel (6).

Tot en met 2013 mag nog gekozen worden voor voortzetting van de huidige regeling(en) voor vrije vergoedingen en verstrekkingen. De werkkostenregeling kent zowel voor- als nadelen. De komende twee jaar mag nog gewisseld worden tussen de beide systemen. Een keuze in 2012 voor de werkkostenregeling verplicht u niet om in 2013 ook die regeling toe te passen. Om in 2014 niet voor verrassingen te komen te staan is het aan te raden om al in 2012 te gaan proefdraaien met de werkkostenregeling.

Auto van de zaak
Als een werknemer met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto minder dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis privé rijdt, bedraagt de bijtelling 0%. In dat geval kan bij de Belastingdienst een 'verklaring geen privégebruik' aangevraagd worden. Na ontvangst van de verklaring geen privégebruik geeft de werknemer een afschrift daarvan aan de werkgever, die vervolgens geen privégebruik van de auto bij het loon hoeft te tellen. Iedere werknemer die een verklaring geen privégebruik aanvraagt, kan een brief van de Belastingdienst krijgen met het verzoek een onderbouwing te geven dat met de auto op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé wordt gereden. Onlangs besliste de Hoge Raad dat ook de kilometers die gemaakt worden om thuis te lunchen, zakelijke kilometers zijn. Deze ritjes hebben in het geval van een kilometeradministratie dus geen effect op de maximaal 499 te rijden privé kilometers. Vanaf 2012 bent u verplicht direct aan de Belastingdienst te melden wanneer u constateert dat u meer dan 500 kilometers privé zult gaan rijden. U wordt vanaf 2012 extra beboet als u dit nalaat.

Als de werknemer een duurdere auto wil rijden dan zal een werkgever vaak verlangen dat de werknemer een (hogere) eigen bijdrage betaalt. Deze bijdrage kan in beginsel in mindering worden gebracht op de bijtelling privégebruik auto, maar dan moet de werkgever wel schriftelijk verklaren dat de duurdere auto zakelijk gezien niet nodig is. Met andere woorden: de bijdrage moet betrekking hebben op het privégebruik van de auto van de zaak. De werkgever moet dit goed vastleggen in zijn administratie.

Overweeg om een zuinige auto te gaan rijden. In 2012 gelden diverse percentages voor bijtellingen van een auto van de zaak. De uitstoot van CO2 is daarbij het uitgangspunt. Het is voor de bijtelling fiscaal aantrekkelijk om een zuinige auto te kopen vóór 1 juli 2012

Verdeel bijtelling auto van de zaak over dga en echtgenoot

Voor de directeur-grootaandeelhouder die samen met zijn partner op de loonlijst van de bv staat, kan het voordelig zijn de bijtelling voor het privégebruik auto te delen. Dit kan uiteraard slechts als één auto ter beschikking is gesteld die aan beide partners ter beschikking wordt gesteld. Het voordeel hiervan is dat de bijtelling over beiden wordt verdeeld. Als een van de partners een hoger inkomen heeft dan de andere partner, kan dit tot een lager bedrag aan loonheffing leiden over een deel van de bijtelling.

Diverse regelingen voor bestelauto's
Voor een werknemer met een bestelauto geldt in beginsel dat aangetoond moet worden dat met de bestelauto niet meer dan 500 kilometer per jaar privé wordt gereden. Omdat het bijhouden van eenkilometeradministratie voor bestelautorijders vaak nogal lastig is omdat veel ritten op één dag worden gemaakt, geldt er een vereenvoudigde rittenadministratie voor bestelauto’s. Zo hoeft niet alle informatie per rit vastgelegd te worden als die informatie maar uit de administratie van de werkgever blijkt. Daarbij kan gedacht worden aan de bezochte zakelijke adressen. In dat geval moeten werkgever en werknemer schriftelijk zijn overeengekomen dat de werknemer deze vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat geen privégebruik van de bestelauto tijdens werk- en lunchtijd is toegestaan en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie beschikbaar heeft.

Per 1 januari 2012 wordt voor bestelautorijders een ’verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ ingevoerd. Met deze verklaring wordt aangegeven dat de bestelauto uitsluitend voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt, en dat met de bestelauto geen kilometer privé wordt gereden. In deze situatie hoeft geen rittenregistratie te worden gevoerd, vanaf het moment dat de inspecteur heeft aangegeven dat hij de verklaring heeft ontvangen. Als de bestelauto weer privé wordt gebruikt, moet dat gemeld worden aan de Belastingdienst. Als bij de Belastingdienst een vermoeden bestaat van privé gebruik kan de werknemer of de inhoudingsplichtige worden verzocht aan te tonen dat sprake was van zakelijke ritten.

Naast de voorgaande regelingen is het mogelijk dat voor een bestelauto geen bijtelling in aanmerking genomen hoeft te worden. Dat is het geval als de bestelauto nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. Het is aan te raden om met de Belastingdienst te overleggen of een bepaalde bestelauto onder deze categorie valt. Daarnaast kan een bijtelling voor een bestelauto achterwege blijven als sprake is van doorlopend afwisselend gebruik van de bestelauto door verschillende bestuurders. De werkgever is in dat geval wel € 300 per jaar verschuldigd aan loonbelasting. Een bijtelling hoeft verder ook niet plaats te vinden als de werkgever het privégebruik van de bestelauto (schriftelijk) heeft verboden of als de werkgever  niet heeft toegestaan dat de bestelauto mee naar huis wordt genomen.

Benut de verhuiskostenvergoeding
Als geen gebruik wordt gemaakt van de werkkostenregeling kan de werkgever een onbelaste verhuiskostenvergoeding geven aan zijn werknemer als die voor werk moet verhuizen. De kosten van het overbrengen van de boedel mogen belastingvrij vergoed worden plus een vergoeding voor herinrichting van € 7.750. Om voor de vergoedingen in aanmerking te komen moet de werknemer op meer dan 25 kilometer van zijn werk wonen en verhuizen naar een plaats die minder dan 10 kilometer van zijn werk ligt. De verhuizing moet plaatsvinden binnen twee jaar na de aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing. Als een werknemer minder dan 25 kilometer maar meer dan 10 kilometer van zijn werk woont en verhuist naar een plaats die minder dan 10 kilometer van zijn werk ligt, kan de vergoeding ook nog worden betaald. In dat geval moet hij wel kunnen aantonen dat hij uit zakelijk oogpunt verhuist.

Spaarloonregeling en opname van spaarloontegoed
Per 1 januari 2012 vervalt de spaarloonregeling. Als de werknemer per 1 januari 2011 in dienst is gekomen en als nog geen gebruik is gemaakt van de spaarloonregeling dan kan in 2011 nog eenmalig maximaal € 613 van het brutoloon zonder inhouding van sociale premies en loonheffing gestort worden. De werkgever is over het spaarloon 25% eindheffing verschuldigd.

Het opgebouwde vermogen op de spaarloonrekening valt op 1 januari 2012 vrij, maar het is ook toegestaan het tegoed te laten staan op de geblokkeerde spaarrekening. Als de voorwaarden van de spaarloonregeling in acht worden genomen, dan blijft voor die tegoeden de vrijstelling in box 3 tot 2016 in stand. De tegoeden worden dan jaarlijks gedeeltelijk vrijgegeven.

 Levensloopregeling
De levensloopregeling wordt vanaf 1 januari 2012 alleen opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 minimaal € 3.000 (inclusief rendement) op hun levensloopregeling hebben staan. Voor deze deelnemers geldt een overgangsregeling maar zij zijn niet verplicht deel te nemen aan deze overgangsregeling levensloopregeling. Zij mogen het spaartegoed in 2013 namelijk onbelast doorstorten naar de in 2013 in te voeren regeling ‘vitaliteitssparen. Als een levensloopdeelnemer minder dan € 3.000 op de levensloopregeling heeft staan kan het tegoed in 2012 of in 2013 voor verlof worden opgenomen of  kan het in 2013 onbelast doorgestort worden naar vitaliteitssparen.

Consumpties op het werk
De werkgever mag gratis consumpties verstrekken aan de werknemer. Doet de werkgever dat niet, dan kan hij er ook voor kiezen een vrije vergoeding te geven van € 0,55 per dag. De vergoeding mag ook worden gegeven als thuis wordt gewerkt en dat geldt ook voor de directeur-grootaandeelhouder. Pas met deze regeling op als de werkkostenregeling wordt toegepast want een vergoeding in geld is in die situatie niet vrijgesteld.

Renteloze lening aan werknemer
Een werkgever kan aan een werknemer, onder bepaalde voorwaarden, een renteloze lening verstrekken. Als de personeelslening wordt gebruikt voor de aanschaf/verbetering/onderhoud van een eigen woning (in box 1) of wordt gebruikt voor zaken die geheel of nagenoeg geheel belastingvrij vergoed hadden kunnen worden (bijvoorbeeld een computer of een telewerkplek), dan leidt de renteloze lening niet tot een bijtelling op het loon. De werknemer moet een schriftelijke verklaring afgeven waarin staat dat de werknemer de lening gebruikt heeft voor de koop van een eigen woning die tevens hoofdverblijf is. De werkgever moet deze verklaring bij zijn loonadministratie bewaren.

Het is ook mogelijk een laagrentende of renteloze lening aan de werknemer te verstrekken voor andere zaken. In dat geval wordt het verschil tussen de normrente van 2,5% en het lagere werkelijke rentepercentage tot het loon gerekend. Maar zelfs met deze bijtelling kan het heel aantrekkelijk zijn om te lenen van de werkgever. Het is toegestaan het rentevoordeel in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar tot het loon te rekenen, tenzij de dienstbetrekking eerder eindigt.

Het kan voor zowel werkgever als werknemer fiscaal interessant zijn als de werknemer een lening verstrekt aan de werkgever. Het voordeel daarvan is dat de rente die de werknemer ontvangt hoger kan zijn dan de rente die hij anders over zijn spaargeld ontvangt. De werkgever betaalt een lagere rente dan hij anders aan de bank verschuldigd zou zijn. Voor de werknemer is de hogere rente niet belast omdat hij in box 3 over zijn vermogen (en niet over zijn rente-inkomsten) wordt belast. Een hogere rente heeft op box 3 geen effect. Voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) is de regeling minder geschikt omdat de gelden die hij aan zijn bv uitleent, onder de terbeschikkingsregeling vallen en in dat geval is de rente progressief belast in box 1.

Pensioenen
Een bv mag voor haar dga een pensioen in eigen beheer vormen, mits de dga een belang van 10% of meer heeft in zijn werkgever/de bv. Zorg er voor dat de pensioenbrief voldoet aan de fiscale regels.

Banksparen
Deze regeling maakt het mogelijk om fiscaal vriendelijk te sparen voor uw eigen woning of te sparen voor een lijfrente in verband met een pensioentekort of gouden handdruk. Door middel van een geblokkeerde rekening kunt u in geld of beleggingen sparen voor de aflossing van uw woning of voor uw oude dag. Het voordeel van deze regeling is dat de kosten van zo'n bankproduct veel lager zijn dan van de traditionele verzekeringen bij verzekeringsmaatschappijen. Hierdoor kan van uw inleg meer geld overblijven voor het oorspronkelijke doel van het sparen. Premies voor lijfrente in verband met een pensioentekort die u in de aangifte 2011 wilt aftrekken moeten in 2011 daadwerkelijk zijn betaald. U kunt geen premies betaald in 2012 terugwentelen naar 2011! Bepaal met uw adviseur de maximaal aftrekbare premies (benut de jaarruimte en reserveringsruimte maximaal).

Aanpassing 30%-regeling
Per 1 januari 2012 wordt de 30%-regeling aangepast en worden de voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze regeling strenger. Zo geldt er een salarisnorm van € 35.000 exclusief vergoeding om de specifieke deskundigheid aan te tonen. Voor de wetenschap geldt een verlaagde salarisnorm van € 26.605 voor jonge promovendi (onder de 30 jaar). De 30%-regeling wordt toegekend voor 8 jaar. Als een werknemer eerder al in Nederland is verbleven of tewerk is gesteld wordt deze periode gekort op de duur

van maximale duur. Verder komen grensarbeiders die binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens wonen niet meer in aanmerking voor de 30%-regeling. Er geldt een eerbiedigende werking voor reeds afgegeven 30%-regelingen.

Geschenkenregeling loonbelasting
Als werkgever kunt u uw werknemers tot een bedrag van € 70 een geschenk geven waarop dan een eindheffing van toepassing is van 20%. Is de waarde van het geschenk hoger dan € 70, dan kunt u gebruikmaken van de kleine verstrekkingenregeling, mits het totaal op jaarbasis een bedrag van € 272 niet te boven gaat en het per verstrekking niet meer is dan € 136. Hierover moet u als werkgever het tabeltarief als eindheffing toepassen. De geschenkenregeling is niet van toepassing op een contante betaling. Raadpleeg uw adviseur

(Bron: RB belastingsadviseurs)
© Copyright Fiscaal up to Date