De publicatie van de Miljoenennota en het bijbehorende Belastingplan voor 2010 heeft voor het jaar 2010 weinig spectaculair nieuws opgeleverd. Het echte vuurwerk werd voor 2011 aangekondigd. In dat jaar moeten (als alles goed gaat) twee ingrijpende wijzigingen plaats vinden met omvangrijke gevolgen voor de salarisadministratie en arbeidsvoorwaarden beleid. Dan moet namelijk het loonbegrip verder worden geüniformeerd en moet een zogenoemde “werkkostenregeling” ons huidig systeem van kostenvergoedingen en verstrekkingen gaan vervangen.

Geen inhoudings- en verzekerings plicht meer voor kleine banen.
In het Belastingplan 2010 is voorgesteld om vanaf 2011 de werkgeverslasten voor kleine banen te verminderen. Van een kleine baan is sprake als de werknemer jonger is dan drieëntwintig jaar en het loon lager dan een voor die leeftijd bepaalde loongrens.

Vooruitlopend op deze lastenvermindering is voorgesteld om kleine banen voor jongeren per 1 januari 2010 vrij te stellen van de premieheffing werk- nemersverzekeringen en inkomens- afhankelijke bijdrage zorgverzeke- ringswet. Als de voorgestelde maatregelen worden aangenomen, vallen werknemers met een kleine baan niet meer onder de loonheffing en hebben zij geen recht op een uitkering op grond van de WW, WIA, WAO en ZW. De werknemer moet zijn inkomsten uit de kleine baan opgeven in de aangifte inkomsten- belasting.

Introductie van een stamrecht- spaarrekening
Heeft u van uw ex-werkgever een ontslagvergoeding voor gederfd of te derven loon ontvangen, dan kunt u dit bedrag (bij toekenning daarvan, zonder inhouding van loonheffing in
de vorm van een stamrecht onderbrengen bij een verzekeraar of een eigen B.V.
(zie ook www.stamrechtbv.biz).

Daar komt een mogelijkheid bij, zo is voorgesteld in het Belastingplan 2010; de ontslagvergoeding mag met ingang van 1 januari 2010 ook belastingvrij worden overgemaakt naar een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Het tegoed op de stamrecht- spaarrekening of de waarde van de stamrechtbeleggingsrechten kunt u aanwenden voor de verkrijging van periodieke uitkeringen. Deze uitke- ringen worden aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking en de aanbieder van de spaarrekening of het beleggingsrecht is inhoudings- plichtig voor de loonbelasting.

Bijtelling privé-gebruik auto van de zaak
Sedert vorig jaar kennen we al een trapsgewijze bijtelling voor de auto van de zaak. De bijtelling voor privé-gebruik van de auto van de zaak is forfaitair vastgesteld op 25%. De wet kent reeds een korting van 5% voor een auto met een lagere CO2-uitstoot, en een korting van 11% voor een zeer zuinige auto. Vanaf januari 2010 komt daar een nieuwe korting bij: 25% voor een auto zonder CO2-uitstoot (bijtelling 0%). Deze bijtelling geldt alleen voor de jaren 2010 en 2011. In de jaren 2012 tot en met 2014 wordt de korting op 18% gesteld (bijtelling 7%). Deze lage bijtelling zal enkel gelden voor een elektrische auto.

De doorwerkbonus
Uitkeringen uit de levenslooppot, op- genomen door een werknemer ouder dan 61 jaar, kwalificeren niet meer voor de doorwerkbonus. Enkel de werknemer die naast zijn levens- looppot nog deels blijft werken, komt in aanmerking voor de doorwerk-bonus.

Verhoog opleidingsniveau van werknemers
Het kabinet stelt voor de bestaande afdrachtvermindering onderwijs met ingang van 1 januari 2010 uit te breiden. De afdrachtvermindering onderwijs kunt u toepassen als uw werknemers in 2010 starten met een opleiding die relevant is voor hun huidige of toekomstige functie en het om een opleiding gaat waarmee zij een hoger opleidingsniveau behalen. Het gaat om een tijdelijke maatregel die alleen voor het jaar 2010 geldt.

Per 1 januari 2011 wordt terugge-keerd naar de huidige afdracht-vermindering onderwijs

Geen gebruikelijk loon bij laag dga-loon in 2010
Het kabinet heeft voorgesteld dat u de gebruikelijkloonregeling per 1 januari 2010 niet meer hoeft toe te passen als uw gebruikelijk loon lager is dan € 5.000 per kalenderjaar.

De voorgestelde maatregel – mits aangenomen- kunt u als DGA gebruiken als u heel weinig arbeid verricht voor een passieve (beleggings) B.V. Werkkostenregeling De werkkostenregeling is onderdeel van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010 en zal in 2011 worden inge- voerd. De wet moet het systeem van vrije vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers eenvoudiger maken voor werkgevers. De nieuwe werk-kostenregeling heeft een forfaitair karakter. In het kort komt de regeling erop neer, dat u als werkgever tot een maximum van 1,5% van het fiscale loon vrij bent om onbelast vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers te geven.

Wellicht ten overvloede: het forfait is een maximum en het hoeft niet ten volle benut te worden. Voor een grote groep vergoedingen en verstrek-kingen gelden geen nadere nor-meringen en beperkingen meer. Het bijhouden op werknemersniveau is dus niet meer nodig. Er geldt alleen nog een gebruikelijkheidstoets.

Het algemene forfait wordt aangevuld met nog slechts een beperkt aantal gerichte vrijstellingen voor zakelijke kosten. Er komen gerichte vrijstellingen voor reiskosten, tijde-lijke verblijfkosten, cursussen, studie-kosten, extraterritoriale kosten en verhuiskosten in het kader van bedrijfsverplaatsing. De gerichte vrijstellingen vormen een voortzetting van de geldende regelingen. Om het zakelijk karakter vast te kunnen stellen, blijven de huidige voor-waarden in stand. Bij overschrijding van het algemeen forfait wordt het surplus niet bij de werknemer belast. De loonheffing (loonbelasting en premie volks-verzekeringen) over dat surplus komt via eindheffing voor rekening van de werkgever.
De hoogte van het vaste eindheffing-tarief voor de werkkosten regeling is vastgesteld op 80%.
Arbeidsvoorwaarden Het kabinet wil de wijzigingen op 1 januari 2011 laten ingaan. Dat geeft u de tijd u goed voor te bereiden op de gewijzigde systematiek. U kunt hierbij denken aan een nieuw declaratiereglement, wijzigingen in de afspraken rond vaste vergoedingen, aanpassing van de salarisadmini-stratie en dergelijke. Houd er ook rekening mee dat door de invoering van een nieuw stelsel alle bestaande afspraken met de Belastingdienst over vergoedingen en verstrekkingen waarvoor geen gerichte vrijstelling geldt, niet meer gelden voor de belastingheffing over latere jaren.

Het is dan ook verstandig dat u nu al gaat nadenken over de gevolgen van de werkkostenregeling voor bestaan- de arbeidsvoorwaarden. Daarbij is het zeker van belang, dat u al in een vroeg stadium overlegt met uw medewerkers over de eventuele wijzigingen.

Voor nader informatie kunt u contact opnemen
met Anneke Huisman en Gineke Bos.
T 0321 317500
E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
W www.dmbh.nl

PERCENTAGES en CIJFERS 2010
LOONBELASTING/PREMIES VOLKSVERZEKERINGEN Tarieven (tot 65 jaar)

Schijf Inkomen Premies Belasting Totaal
1  t/m 18.218 31,15% 2,30% 33,45%
2 18.219 t/m 32.738 31,15% 10,80% 41,95%
3 32.739 t/m 54.367   42% 42%
4 54.368 en meer   52% 52%

Premies volksverzekeringen:
AOW 17,90%
ANW 1,10%
AWBZ 12,15%
Algemene heffingskorting € 1.987
Arbeidskorting maximaal € 1.489
Voor medewerker van 58 jaar en ouder is de arbeidskorting hoger, afhankelijk van de leeftijd

PREMIES WERKNEMERSVERZEKERINGEN EN ZVW
Werkgnemer Werkgever
Premie WW-Awf 0,0% 4,20%
Basispremie WAO/WIA 5,70%
Uniforme premie WAO 0,07%
WGA-gediff. zie uw beschikking
(Variabel per werkgever)
Sectorpremie sectorafhankelijk
(incl.opslag 0.34% kinderopvang)
Zorgverzekeringswet 7,05%
Zorgverzekeringswet zonder vergoeding 4,95%
Maximum premieloon en franchise per dag:
Max.premieloon werknemersverzekeringen € 186,65
Franchise premie WW-Awf € 64,00
Maximumbijdrageloon Zvw € 127,16
Het dagbedrag wordt vermenigvuldigd met 21,75 dagen per maand.

WETTELIJK MINIMUMLOON (WML)
Ingaande 1 januari 2010 is het WML verhoogd met 0,64% naar € 1.407,60 voor een 23-jarige.
Leeftijd % van het WML per maand
22 85,0 1.194,46
21 72,5 1.020,51
20 61,5 865,67
19 52,5 738,99
18 45,5 640,46
17 39,5 556,00
16 34,5 485,62
15 30,0 422,28