Kennisbank

Fiscale OudedagsReserve

De Oudedagsreserve
Een ondernemer komt over het algemeen niet in aanmerking voor pensioenopbouw. Pensioen vloeit namelijk voort uit een dienstverband en dat heeft de ondernemer nu eenmaal niet. Daardoor zijn de meeste zelfstandige ondernemers voor de opbouw van hun oudedagsvoorziening aangewezen op het lijfrenteregime. Het komt echter geregeld voor dat een zelfstandige ondernemer het geld voor lijfrentepremies nog niet kan missen, omdat het beschikbare geld geïnvesteerd moet worden in de onderneming. Om er toch voor te zorgen dat de ondernemer iets aan pensioenopbouw doet, de fiscale oudedagsreserve (FOR) in het leven geroepen.

 

Gedurende de actieve periode van de ondernemer kan hij/zij ten laste van zijn winst aan de oudedagsreserve toevoegen. Door jaarlijkse dotatie aan de reserve kan deze flink oplopen. Tussentijds, maar ook bij bedrijfsbeëindiging, kan de ondernemer er voor kiezen om de reserve geheel of gedeeltelijk om te zetten in een lijfrente om zo te voorzien in een oudedagsuitkering. Wanneer de ondernemer van deze omzetting geen gebruikmaakt (meestal omdat de waarde van de FOR niet daadwerkelijk in de onderneming meer zit), wordt er alsnog over de oudedagsreserve fiscaal afgerekend. Kort gezegd: een ondernemer kan weliswaar aan de oudedagsreserve doteren, maar wanneer de ondernemer de oudedagsreserve niet aanwendt voor een oudedagsvoorziening, zal alsnog achteraf inkomstenbelasting dienen te worden betaald!

 

Toevoegingen
Om te kunnen toevoegen aan de oudedagsreserve dient de ondernemer:

  • positieve winst te genieten
  • te voldoen aan het urencriterium (>1.225 uur)
  • bij aanvang van het kalenderjaar jonger te zijn dan 65 jaar.

 

Maximum aan toevoeging
De maximale toevoeging aan de oudedagsreserve bedraagt 12 procent van de winst over een kalenderjaar, met een plafond van € 11.396. Behalve dit plafond is er nog een tweede maximum aan de dotatie aan de oudedagsreserve verbonden. De stand van de oudedagsreserve mag namelijk door de dotatie niet boven de stand van het ondernemingsvermogen aan het einde van het jaar komen.

 

Afnemingen
De oudedagsreserve kan in op verschillende manieren afnemen. Slechts één ervan is vrijwillig, de andere zijn verplicht. Voor alle afnemingen geldt overigens dat deze bedragen de winst verhogen.

 

Vrijwillige afname
De oudedagsreserve neemt af met een door de ondernemer te kiezen bedrag, maar met ten hoogste het bedrag aan lijfrentepremies die in het kalenderjaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen in aanmerking worden genomen.

 

Verplichte afname
De oudedagsreserve neemt verplicht af met het bedrag waarmee de oudedagsreserve het ondernemingsvermogen aan het einde van het jaar overtreft, indien:

  • in het kalenderjaar de onderneming geheel of gedeeltelijk is gestaakt de belastingplichtige
  • bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt
  • de belastingplichtige in het kalenderjaar en in het voorgaande kalenderjaar niet aan het urencriterium voldoet

© 2018 DMBH | Privacy Statement