Kennisbank

Inkomstenbelasting (eindejaartips 2011)

Fiscaal partnerschap voor samenwoners wordt in 2012 uitgebreid
Per 1 januari 2011 zijn slechts de ongehuwde samenwoners die daadwerkelijk op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven en daarnaast over een notarieel samenlevingscontract beschikken, een gezamenlijk kind hebben, zijn aangemeld als elkaar partners voor een pensioenregeling of een gezamenlijke woning bezitten, die het hoofdverblijf is, elkaars fiscale partner. Ook ongehuwde samenwoners die hun huisgenoot hebben aangewezen als gerechtigde tot het partnerpensioen zijn fiscale partners van elkaar. Vanaf 2011 geldt er dus geen keuze meer, als aan één van de voorwaarden is voldaan, is sprake van verplicht fiscaal partnerschap. Als de samenwoners op 1 januari 2011 nog geen notarieel samenlevingscontract hebben, maar in de loop van 2011 wel en ze staan op 1 januari 2011 op hetzelfde adres ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA), dan zijn zij voor heel 2011 toch elkaar fiscale partners.

 

Het fiscaal partnerschap eindigt vanaf 1 januari 2011 pas als beide echtgenoten op een ander adres staan ingeschreven in de GBA en als een verzoek bij de rechter is ingediend tot scheiding of tot scheiding van tafel en bed. Per 1 januari 2012 wordt het fiscaal partnerbegrip voor de inkomstenbelasting uitgebreid. Vanaf die datum worden ongehuwd samenwonenden die een of meer kinderen in hun gezin hebben uit een andere relatie, aangemerkt als fiscale partners. Dit worden de samengestelde gezinnen genoemd. Van fiscale partners is dan sprake als zij samen met een minderjarig kind van een van hen op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie staan ingeschreven.

 

T-biljet indienen
Bij onder andere vakantiebaantjes kan over het loon of een uitkering feitelijk teveel loonbelasting/premies volksverzekering zijn ingehouden. In dat geval kan het teveel ingehouden bedrag aan loonbelasting via een T-biljet terug gevraagd worden. T-biljetten moeten binnen vijf jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar worden ingediend en de teruggave moet minimaal € 14 (vanaf 2009) of € 13 (voor de jaren t/m 2008) bedragen. Tot en met 31 december 2011 kunnen de T-biljetten over 2006 en latere jaren nog ingediend worden. Laat uw adviseur vooraf een berekening maken om te voorkomen dat de aangifte onbedoeld tot een te betalen bedrag leidt, in plaats van tot een teruggave.

 

Aftrekbare onderhoudskosten rijksmonument
De onderhoudskosten van een rijksmonument zijn aftrekbaar. Als u deze woning als hoofdverblijf bewoont zijn bovendien ook de eigenaarslasten en afschrijvingen aftrekbaar. Er geldt wel een aftrekdrempel. Die drempel bedraagt voor een rijksmonument in box 1, 0,80% van de eigenwoningwaarde en 4% van de waarde in het economische verkeer per begin van het kalenderjaar als het rijksmonument in box 3 valt. Met ingang van 2012 wordt de regeling voor rijksmonumenten minder aantrekkelijk. Vanaf 1 januari 2012 vervalt namelijk de aftrek voor eigenaarslasten en afschrijvingen en van de onderhoudskosten is nog maar 80% aftrekbaar. Als voor 31 december 2011 nog onherroepelijke verplichtingen worden aangegaan voor onderhoudskosten en deze uitgaven worden vóór 1 januari 2014 nog gedaan, dan kan toch nog aftrek voor de volledige onderhoudskosten worden gekregen.

 

Middeling
Als de hoogte van uw belastbare inkomens in box 1 (werk en woning) over drie opeenvolgende jaren sterk heeft gewisseld is het mogelijk dat u in aanmerking komt voor een middelingsteruggave. Dat houdt in dat het inkomen van drie jaren in gelijke delen over de drie jaren wordt verdeeld. Voorwaarde voor middeling is dat alle drie de aanslagen over de jaren die in het middelingsverzoek zijn begrepen, definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden (geen bezwaar ingediend). Het verzoek tot middeling moet binnen drie jaar nadat alle drie de aanslagen definitief zijn opgelegd en onherroepelijk zijn geworden, worden ingediend. Daarnaast geldt de voorwaarde dat een bepaalde drempel (€ 545) moet worden overstegen. Elk te middelen jaar mag slechts één keer in een middelingsverzoek zijn begrepen. Reken vooraf het verzoek tot middelingsteruggaaf dus goed door voor welke jaren u een verzoek indient. Soms is het lucratiever om het verzoek tot middelingsteruggaaf uit te stellen en te wachten op een definitieve aanslag van een volgend jaar. Middeling kan ook een leuke optie zijn voor personen die kort geleden hun eerste ‘echte’ baan hebben gekregen en de jaren daarvoor een vakantiebaan of een bijbaan hebben gehad.

 

(Kleine) hypotheek aflossen
Het aflossen van een kleine hypotheek die nog rust op uw eigenwoning kan interessant zijn. Voor een woning geldt het eigenwoningforfait. Deze bijtelling op uw inkomen verlaagt de aftrek van de hypotheekrente. Als er geen of een kleine hypotheek op uw eigenwoning rust, hoeft het eigenwoningforfait, of een deel daarvan, niet bij uw inkomen geteld te worden. Een bijkomend voordeel van het aflossen van een kleine hypotheek is dat het box 3-inkomen minder zal worden, zodat de aflossing ook nog eens belasting in box 3 bespaart.

 

Vorm een herinvesteringsreserve
Als u met de verkoop van een bedrijfsmiddel een boekwinst maakt, kunt u belastingheffing uitstellen door de verkoopwinst te reserveren in een herinvesteringsreserve. U moet dan op de balansdatum wel een voornemen tot herinvesteren hebben. U heeft dan tot drie jaar na het jaar waarin de reserve gevormd is, de tijd om te herinvesteren. Herinvesteert u niet binnen deze termijn, dan valt de herinvesteringsreserve vrij en is de boekwinst alsnog belast. Een herinvesteringsreserve die in 2008 is gevormd, moet dus uiterlijk op 31 december 2011 benut zijn voor een nieuw bedrijfsmiddel, om vrijval van de reserve te voorkomen. Controleer daarom vóór 31 december 2011 of u nog moet investeren om belastingheffing over de vrijval van de herinvesteringsreserve te voorkomen. Als er bijzondere omstandigheden zijn, kan de herinvesteringstermijn nog worden verlengd. Uw belastingadviseur kan u hierover informeren. De afboeking van de herinvesteringsreserve kan in beginsel plaatsvinden op elk willekeurig bedrijfsmiddel. Een uitzondering geldt voor een bedrijfsmiddel dat niet wordt afgeschreven of over een periode die langer is dan 10 jaar wordt afgeschreven, zoals bijvoorbeeld een bedrijfspand. In dat geval geldt de aanvullende voorwaarde dat bij het vervangende bedrijfspand sprake moet zijn van het in economische zin vervullen van dezelfde functie. Bij de herinvesteringsreserve geldt de minimumboekwaarde-eis die inhoudt dat de boekwaarde van het geïnvesteerde bedrijfsmiddel (of de som van de boekwaarden) na afboeking van de herinvesteringsreserve niet lager mag zijn dan de boekwaarde van het oude (verkochte) bedrijfsmiddel.

 

Willekeurige afschrijvingen
Startende ondernemers kunnen over hun investeringen tot een maximum van € 301.800 willekeurig afschrijven. Als de startende ondernemer dat wenst, kan hij in één keer tot op de restwaarde afschrijven. Bij bedrijfspanden kan in één keer tot op de ’bodemwaarde’ worden afgeschreven. De bodemwaarde van een bedrijfspand in eigen gebruik bedraagt 50% van de WOZ-waarde. Als door de forse afschrijving een verlies ontstaat, kan dit worden verrekend met positieve inkomsten van box 1 in de vorige drie jaren. Ook kan het zijn dat door een optimale willekeurige afschrijving recht ontstaat op een middelingsteruggave. Let er wel op dat door deze afschrijvingen het recht op zelfstandigenaftrek kan vervallen in de situatie dat verlies wordt geleden.

 

Geef een (zakelijke) beloning aan uw meewerkende partner
Als uw partner meewerkt in uw IB-onderneming is het mogelijk een reële arbeidsbeloning aan uw partner toe te kennen. Deze vergoeding kunt u ten laste brengen van de winst. Bij de partner is de vergoeding belast. Als u voor de inkomstenbelasting in het toptarief (52%) valt, kan een flink progressievoordeel worden behaald. Zeker als uw partner geen of slechts geringe andere inkomsten in box 1 heeft. Er gelden wel een paar voorwaarden. Zo moet het bedrag van de beloning minimaal € 5.000 bedragen en moet u het bedrag periodiek aan uw partner betalen. Een beloning die lager is dan € 5.000 is niet aftrekbaar van de winst en niet belastbaar bij de partner. Als u in algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd, mag de beloning zelfs schuldig gebleven worden. Een andere mogelijkheid in verband met de arbeid van uw partner, is het claimen van de meewerkaftrek. Deze faciliteit wordt toegepast binnen de aangifte inkomstenbelasting en bedraagt minimaal 1,25% en maximaal 4% van de winst. Uw partner wordt in dit geval niet belast voor de aftrek. De aftrek kan worden toegepast als de partner minimaal 525 uur in uw onderneming werkt zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen. Daarnaast moet u zelf recht hebben op de zelfstandigenaftrek. Een andere mogelijkheid is om met uw partner een VOF of een maatschap aan te gaan. Als uw partner als ondernemer kan worden aangemerkt, kan uw partner ook de MKB-winstvrijstelling verkrijgen.

 

Investeringsaftrek
Investeringen in bedrijfsmiddelen van minimaal € 450, leidend tot een totaal investeringsbedrag van meer dan € 2.200, kunnen in aanmerking komen voor de (kleinschaligheids)investeringsaftrek. Deze aftrek kan geoptimaliseerd worden door goed te kijken naar zowel het tijdstip als de hoogte van de investeringen. Als het totale investeringsbedrag in 2011 hoger is dan € 301.800 is geen aftrek meer mogelijk. De investeringsaftrek geldt ook voor zeer zuinige personenauto’s en nulemissieauto’s (elektrische auto).

 

Laatste kans om versneld (willekeurig) af te schrijven
De crisismaatregel waarbij een bedrijfsmiddel in twee jaar (in plaats van in vijf jaar) mag worden afgeschreven loopt af op 31 december 2011. Op investeringen die u in 2011 doet, mag u dus in 2011 en 2012, 50% per jaar afschrijven. Er hoeft niet tijdsevenredig afgeschreven te worden, dus ook op een op 31 december 2011 aangeschaft bedrijfsmiddel, kunt u in 2011 nog 50% afschrijven. Het bedrijfsmiddel moet dan wel voor 1 januari 2016 in gebruik worden genomen. De regeling geldt niet voor alle bedrijfsmiddelen. Zo zijn onder meer gebouwen, software, goodwill en personenauto´s uitgesloten. Zeer zuinige auto´s mogen overigens wel versneld worden afgeschreven. Deze gunstige regeling geldt ook als het bedrijfsmiddel nog in 2011 besteld wordt maar pas in 2012 betaald wordt. Vereist is wel dat het bedrijfsmiddel binnen drie jaar in gebruik wordt genomen.

 

Wijziging zelfstandigenaftrek in aantocht voor lagere winst
Tot en met 2011 geldt het uitgangspunt nog dat hoe hoger de winst uit onderneming is, hoe lager de zelfstandigenaftrek is. Het maximum van de zelfstandigenaftrek bedraagt in 2011 € 9.484 en dat bedrag geldt tot een winst van € 14.045. Als de winst hoger is dan € 59.810 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog maar € 4.602. Deze systematiek gaat wijzigen per 1 januari 2012 in die zin dat een vaste aftrek geïntroduceerd wordt van € 7.280. De aftrek is niet langer afhankelijk van de hoogte van de winst. Ondernemers met een lage winst zullen er daarom in 2012 op achteruit gaan. Het is aan te bevelen om binnen het mogelijke, winst door te schuiven naar 2012 of kosten naar voren halen, waardoor uw winst over 2011 wat lager wordt en uw winst over 2012 hoger.

 

Verkoop een afgewaardeerde tbs-vordering aan kinderen
Van een terbeschikkingstellingsvordering (tbs-vordering) is sprake als een directeur-grootaandeelhouder een vordering heeft op zijn eigen bv. In tegenstelling tot “normale” vorderingen valt een tbs-vordering niet in box 3 maar in box 1. Dat betekent dat een tbs-vordering onder voorwaarden in box 1 afgewaardeerd kan worden, als de waarde van de vordering lager wordt dan de nominale waarde. In dat geval kan de afwaardering ten laste van het inkomen in box 1 gebracht worden. Deze vordering loopt in de toekomst wellicht weer vol. In dat geval is de opwaardering van de vordering belast tegen het progressieve tarief. Dat kan voorkomen worden als de afgewaardeerde vordering verkocht wordt aan bijvoorbeeld een meerderjarig kind van de directeur-grootaandeelhouder die geen aandelen in de bv heeft. De vordering loopt bij dit kind dan onbelast vol. Dit is niet het geval indien de lening niet onder zakelijke voorwaarden is afgesloten.

 

Dga  mag onbelast rendement behalen op overtollig bv-geld!
De dga moet zakelijk handelen met ‘zijn’ bv. Als de bv niet al haar liquide middelen nodig heeft, zal zij deze liquide middelen op een ondernemersdeposito zetten. Dat levert maar een beperkt rentepercentage op voor de bv. De dga kan op een privéspaarrekening een hoger rentepercentage krijgen dan zijn bv op het ondernemersdeposito. In dat geval kan de dga ervoor kiezen om geld te lenen van de bv en dat bedrag vervolgens op een privérekening te zetten. Zolang de dga maar het rentepercentage vergoedt aan de bv dat de bv anders van de bank zou hebben ontvangen, hoeft over het renteverschil geen belasting te worden betaald. De dga moet in het kader van zekerheid voor de aflossing wel zijn privé-spaarrekening cederen aan de bv.

 

Doorschuiving voor einde van terbeschikkingstelling bij echtscheiding
De dga die in gemeenschap van goederen is gehuwd en een vermogensbestanddeel, bijvoorbeeld een pand, ter beschikking stelt aan zijn bv of aan de bv van zijn echtgenoot, krijgt te maken met de terbeschikkingstellingsregeling. Bij gemeenschap van goederen wordt het pand vanaf 2011 aan beide echtgenoten voor 50% toegerekend en bij beide echtgenoten valt dit pand in box 1. Als de dga en zijn echtgenoot gaan scheiden en het pand en/of de aandelen worden volledig aan een van de twee echtgenoten toegerekend dan moet de andere echtgenoot met de Belastingdienst afrekenen over op het toerekentijdstip aanwezige meerwaarde omdat de terbeschikkingstelling wordt beëindigd. Vanaf 2012 hoeft er niet meer direct afgerekend te worden met de Belastingdienst omdat een doorschuifregeling voor dit soort situaties wordt geïntroduceerd. De regeling houdt in dat de terbeschikkingstelling kan worden voortgezet zodat niet afgerekend hoeft te worden met de fiscus. Het blijft overigens wel mogelijk om af te rekenen (in geval sprake is van een te realiseren boekverlies). In dat geval moeten de voormalige echtgenoten gezamenlijk een schriftelijk verzoek daartoe indienen bij de Belastingdienst.

© 2018 DMBH | Privacy Statement