Kennisbank

Maatschap medische zorg OB belaste prestatie

Een maatschap bestond ultimo 2007 uit vier maten. De maten zijn operatieassistenten en anesthesiemedewerkers. Eén maat houdt zich bezig met managementwerkzaamheden in ziekenhuizen. De maten werken op basis van korte overeenkomsten bij diverse ziekenhuizen. De inspecteur stelt dat de maatschap ondernemer is voor de omzetbelasting en heeft voor de belaste prestaties over de periode 1 november 2007 tot ultimo 2007 een naheffingsaanslag opgelegd. De Rechtbank volgt het standpunt van de inspecteur dat de maatschap ondernemer is in de zin van de omzetbelasting nu de maatschap zich in het maatschappelijk verkeer, met name tegenover de ziekenhuizen, presenteert als een entiteit, die zelfstandig is en een eigen fiscaal bestaan leidt. Hieraan doet niet af dat wellicht ook ieder van de maten als ondernemer in de zin van de Wet OB is aan te merken dan wel dat de maten feitelijk de werkzaamheden verrichten en de contacten met de opdrachtgever onderhouden. In geschil is voorts of de door de maatschap verrichte prestaties op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, ten eerste, van de Wet OB moeten worden gekwalificeerd als gezondheidskundige verzorging van de mens in het kader van een (para)medisch beroep, zodat de prestaties vrijgesteld zijn van omzetbelasting. De Rechtbank acht echter niet deze bepaling relevant, maar artikel 11, eerste lid, onderdeel c van de Wet OB. Specifiek dient de vraag te worden beantwoord of de diensten van de maatschap als medische verzorging of als daarmee nauw samenhangende diensten kunnen worden aangemerkt. Aangezien de diensten voor de patiënt van het ziekenhuis geen doel op zich vormen maar een in beginsel onontbeerlijk onderdeel van de medische verzorging binnen het ziekenhuis, zijn deze niet als medische verzorging of verpleging aan te merken. Het is van belang of sprake is van als nauw samenhangende diensten. De maatschap voldoet in ieder geval niet aan één van de drie cumulatieve voorwaarden hiervoor zodat de vrijstelling niet van toepassing is, aldus de Rechtbank. Het beroep van de maatschap wordt ongegrond verklaard. (10/5636) (27-09-2011) (Belastingtijdvak: 1 november tot en met 31 december 2007, btw-ondernemer, vrijgestelde prestaties)

© 2018 DMBH | Privacy Statement