Kennisbank

VAR-loon of VAR-dga voor bondscoach?

In deze rechtszaak is in geschil of een bondscoach/dga ter zake van bondscoach- en trainerwerkzaamheden) in aanmerking komt voor een VAR-dga of voor een VAR-loon. Meer in het bijzonder is daarbij in geschil het antwoord op de vraag of er sprake is van een gezagsverhouding tussen de bondscoach en de sportbond.

 

De Rechtbank stelt ten eerste vast dat de bondscoach verplicht is de werkzaamheden voor de sportbond persoonlijk te verrichten en dat de sportbond verplicht is hem voor zijn werkzaamheden te belonen. Ten tweede onderzoekt de Rechtbank de overeenkomst die de bondscoach en de sportbond hebben gesloten. Daaruit leidt de Rechtbank uiteindelijk af dat er geen sprake is van een gezagsverhouding. Aan de inspecteur kan weliswaar worden toegegeven dat de sportbond enig gezag op de bondscoach kan uitoefenen. Dat neemt echter niet weg dat het gezag uitsluitend ziet op het verwezenlijken van het doel van de sportbond, om zoveel mogelijk prijzen op (inter)nationale (landen)wedstrijden te winnen en niet op de wijze waarop de bondscoach de werkzaamheden uitvoert. Dat in de overeenkomst een uitputtende opsomming is opgenomen van de algemene taken en verantwoordelijkheden maakt dat niet anders. Deze opsomming ziet meer op de doelstellingen die moeten worden gehaald. Het gaat hierbij echter nadrukkelijk niet om aanwijzingen hoe de bondscoach zijn werkzaamheden moet verrichten. Deze opsomming van de algemene taken en verantwoordelijkheden moet daarom niet worden gezien als gezag in de zin van een arbeidsrelatie, aldus de Rechtbank. (10/1784) (18-02-2011)

© 2018 DMBH | Privacy Statement