Kennisbank

Wanneer is de afroommethode van toepassing?

Bij een dga, die daarnaast fulltime hoogleraar is, is gebruikelijk loon conform de WAZ-norm van toepassing, want een lager loon is niet aannemelijk gemaakt. Een arts is als hoogleraar in loondienst bij een ziekenhuis. Daarnaast heeft hij een eigen BV. In 2003 heeft de BV geen salaris uitbetaald aan de arts. De BV stelt daarbij dat zij niet in staat was om salaris uit te betalen en dat de arts slechts in geringe mate werkzaamheden voor de BV heeft verricht. De inspecteur vindt deze argumenten niet voldoende en stelt voor de arts een gebruikelijk loon vast van 38.118 euro (WAZ-norm).

 

De arts stelt bij de Rechtbank dat hij niet meer dan vier uur per week voor de BV heeft gewerkt en dat een gebruikelijk loon van 1/10 van 38.118 euro meer op zijn plaats is. De Rechtbank geeft hem echter geen gelijk. Blijkens de verlies- en winstrekening van de BV over 2003 heeft de BV in dat jaar onder meer 10.547 euro aan auto- en transportkosten ten laste van de winst gebracht en 6.708 euro aan verkoopkosten. Gelet op de omvang van deze kosten acht de Rechtbank niet aannemelijk dat de arts slechts vier uur per week werkzaamheden heeft verricht voor de BV. Bovendien stelt de Rechtbank vast dat de BV in 2003 facturen heeft uitgeschreven voor redactiewerkzaamheden voor vaktijdschriften, welke werkzaamheden volgens eigen opgaaf van de arts al een halve dag per week besloegen. Verder heeft de BV facturen uitgeschreven voor het voorzitten door de arts van symposia etc. Dit alles leidt tot het oordeel dat de arts veel meer voor de BV heeft gewerkt dan vier uren per week. De inspecteur heeft het gebruikelijk loon terecht op 38.118 vastgesteld, aldus de Rechtbank. Tenslotte verwerpt de Rechtbank het beroep van de arts op het vertrouwensbeginsel. Het feit dat de aanslagen vennootschapsbelasting voor 2004, 2005 en 2006 en de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2005 zijn vastgesteld terwijl het bezwaar van de arts tegen de gebruikelijklooncorrectie voor 2003 nog in behandeling was, verdient weliswaar niet de schoonheidsprijs, maar dat is op zichzelf echter onvoldoende om aan te nemen dat zulks bij de arts in redelijkheid de indruk heeft kunnen wekken dat de inspecteur was teruggekomen van zijn standpunt dat het gebruikelijk loon voor 2003 dient te worden vastgesteld op 38.118 euro. (AWB08/7139IB/PVV) (09-07-2010) (Belastingtijdvak: 2003, gebruikelijk loon)

 

Commentaar
Met betrekking tot de berekening van het gebruikelijk loon heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 17 september 2004 (nr. 38.378, LJN: AN8666), voor zover hier van belang, geoordeeld dat in een geval, waarin de opbrengsten van de BV (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de directeur – in zijn hoedanigheid van werknemer van de BV – verrichte ar beid, het mogelijk is om het gebruikelijk loon te berekenen op basis van de opbrengsten van de BV, verminderd met de aan die opbrengsten toe te rekenen kosten (exclusief het loon van die werknemer), lasten en afschrijvingen. Dit wordt ook wel de afroommethode genoemd. De arts heeft gesteld dat het gebruikelijk loon met toepassing van de afroommethode kan worden vastgesteld op 11.000 euro. De Rechtbank oordeelt terecht dat de afroommethode in het onderhavige geval niet kan worden toegepast. De arts heeft namelijk gesteld dat een groot deel van het resultaat van de BV afkomstig is uit opbrengsten uit zijn aandeelhouderschap. Een geval als bedoeld in voormeld arrest van de Hoge Raad doet zich te dezen dus niet voor. Mr. F.A. Peppelenbosch

 

(Bron: FiscaNet)

© 2018 DMBH | Privacy Statement