Kennisbank

Strafrechtelijke vervolging voor opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een aangifte

Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat strafrechtelijke vervolging op grond van het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van een aangifte niet mogelijk is als de verdachte niet was uitgenodigd tot het doen van aangifte.

 

In de zaak voor het hof beschuldigde het Openbaar Ministerie (OM) een administrateur van het geven van de opdracht aan een B.V. om onjuiste en onvolledige belastingaangiften te doen. Het hof oordeelt echter dat het OM dit strafbare feit niet kan bewijzen. Daarmaast legde het OM de administrateur ten laste dat hij namens de B.V. opzettelijk onjuiste of onvolledige aangiften omzetbelasting heeft ingediend, waardoor de B.V. per saldo te weinig btw heeft afgedragen.
Het hof benadrukt dat de man alleen als pleger van dit strafbare feit valt aan te merken als hij degene was die de aangifte moest indienen. Dit kan volgens het hof alleen het geval zijn als de man zelf is uitgenodigd tot het doen van aangifte. Dit was niet het geval, omdat alleen de B.V. aangifteplichtig was. De administrateur was evenmin een werknemer van de B.V. Overigens zou de man wel verplicht kunnen zijn om zo’n uitnodiging aan te vragen. Het niet aanvragen van zo’n uitnodiging levert echter hooguit een bestuurlijke boete op.

 

Valsheid in geschrifte
Het hof oordeelt wel dat de administrateur door namens de B.V. onjuiste aangiften omzetbelasting op te stellen en in te dienen valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het hof veroordeelt de man daarom tot een gevangenisstraf van veertien maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk.

 

Wet: art. 6, 8 en 69, tweede lid AWR en art. 225 Wetboek van Strafrecht

© 2018 DMBH | Privacy Statement