Kennisbank

Bewaar bewijsstukken verhoging hypotheek lang

Belanghebbenden hebben de hypotheek op hun eigen woning in 2007 verhoogd met € 93.500 tot een totaalbedrag van € 468.000. Zij hebben de hypotheekverhoging als eigenwoningschuld aangemerkt in de aangiften IB/PVV 2007 en latere jaren en de rente daarin afgetrokken. Belanghebbenden hebben de inspecteur bericht dat de hypotheekverhoging verband hield met een verbouwing van de eigen woning, maar dat zij dit niet konden staven met schriftelijke bescheiden. De inspecteur heeft de renteaftrek over de hypotheekverhoging voor 2010 t/m 2012 geweigerd en de eigenwoningschuld op € 374.500 vastgesteld. Volgens Hof Den Bosch (8 juni 2018, nrs. 16/03859 t/m 16/03863, NTFR 2018/2415) heeft de inspecteur echter ten onrechte de renteaftrek over € 93.500 geweigerd. Volgens het hof heeft de inspecteur namelijk, door pas zes jaren na de hypotheekverhoging, en daarmee na het verstrijken van de navorderingstermijn voor 2007, te vragen om schriftelijke bescheiden nadat hij eerst de aangiften van voorgaande jaren had gevolgd, zijn recht om die schriftelijke bewijsstukken op te vragen verwerkt. Dit oordeel houdt in cassatie echter geen stand.

Uit art. 3.123 Wet IB 2001 volgt volgens de Hoge Raad namelijk niet dat de inspecteur gehouden is de in deze bepaling bedoelde schriftelijke bescheiden binnen zes jaren of binnen de navorderingstermijn op te vragen. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat de inspecteur in andere jaren de aangiften heeft gevolgd. De eigenwoningschuld dient dan ook op € 374.500 te worden gesteld.

© 2018 DMBH | Privacy Statement