Kennisbank

PGB van dochter is bron van inkomen voor alleenstaande moeder

Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in hoger beroep dat de werkzaamheden van een zorgverlener – ongeacht de gezinsrelatie – steeds worden verricht in het economische verkeer.

X heeft een minderjarige meervoudig gehandicapte dochter. Aan de dochter is een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend. X vertegenwoordigt haar dochter bij het beheer van dit budget. In geschil is primair of de PGB-ontvangsten bij X terecht zijn belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Rechtbank Gelderland stelt de inspecteur in het gelijk. In hoger beroep stelt X dat er geen bron van inkomen is, omdat zij slechts het ‘PGB-potje’ beheert, waaruit de bovengebruikelijke AWBZ-zorg wordt bekostigd.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de werkzaamheden van een zorgverlener – ongeacht de gezinsrelatie – steeds worden verricht in het economische verkeer (vgl. HR 8 juni 2007, 42.044, V-N 2007/27.16). Het is aannemelijk dat het PGB is gebruikt om verzorging door X in te kopen en dat X dit heeft ontvangen in verband met de door haar aan de dochter geleverde zorg. Het maakt niet uit dat X geen professionele zorgverlener is en dat zij als alleenstaande ouder zowel de zorgverlener als de vertegenwoordiger van de dochter bij het beheer van het PGB is. Het beroep van X is slechts gegrond omdat de rechtbank haar ten onrechte een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens het overschrijden van de redelijke termijn heeft onthouden.


Bron: Wolters Kluwer

© 2018 DMBH | Privacy Statement