Nieuws

Liquiditeit bepaalt draagkracht ZZP’er voor partneralimentatie

Het Hof Den Haag oordeelt in hoger beroep dat het verleden wel een indicatie geeft van de mogelijke verdiencapaciteit, maar dat de operationele kasstroom belangrijker is, vooral omdat X altijd met tijdelijke contracten werkt.


X is in 2018 gescheiden. In geschil is de hoogte van de partneralimentatie die hij is verschuldigd aan zijn ex-echtgenote. X is als IB-ondernemer werkzaam in de ICT-sector. Aanvankelijk betaalt hij € 4000 per maand aan haar. In het echtscheidingsconvenant staat dat X voorlopig € 3000 per maand betaalt. Volgens Rechtbank Den Haag (20 november 2020) is de partneralimentatie in 2019 € 3415 per maand en vanaf 1 januari 2020 nihil. X is als ZZP’er namelijk zwaar getroffen door de coronacrisis. Het € 20.457 teveel betaalde moet binnen twee weken worden terugbetaald. De ex-echtgenote stelt in hoger beroep dat moet worden uitgegaan van de gemiddelde winst uit onderneming van de laatste drie jaar.


Hof Den Haag oordeelt dat het verleden wel een indicatie geeft van de mogelijke verdiencapaciteit, maar dat de operationele kasstroom belangrijker is, vooral omdat X altijd met tijdelijke contracten werkt. 2020 was een uitzonderlijk slecht jaar voor zijn onderneming. Pas in augustus kreeg hij namelijk zijn eerste opdracht. In 2020 was daarom geen draagkracht voor het betalen van de alimentatie. X is in 2021 een alimentatie van € 1102 per maand verschuldigd. Dit volgt uit zijn draagkrachtberekening van medio 2021, waarin een belastbare winst van € 97.113 wordt voorspeld. In die berekening wordt terecht 12% van zijn omzet als kosten opgevoerd en een reservering van € 15.000 om mindere periodes te overbruggen. De terugbetalingsverplichting van € 20.457 van de ex-echtgenote blijft in stand. Zij beschikte in 2020 over voldoende liquide middelen, maar heeft dat kennelijk besteed aan (het verbouwen van) haar woning.


Bron: Wolters Kluwer

© 2018 DMBH | Privacy Statement